Kerncriteria voor professioneel functioneren ten behoeve van juiste basishouding en zelfreflectie

Een student wordt geacht:

  1. De studentenrol in te nemen en op dat niveau de studie te volgen en de inhoud tot zich te nemen.
  2. Zich leerbaar op te stellen d.m.v. actief participeren in het leerproces.
  3. Open te staan voor feedback en deze serieus te onderzoeken, ongeacht of deze mondeling of schriftelijk wordt aangeboden.
  4. Zich bewust te zijn van eigen gedrag en invloed op het gehele leerlandschap en hier verantwoordelijkheid voor te nemen.
  5. Ethisch verantwoord te communiceren met en over cliënten, medestudenten, docenten en ondersteunend personeel, ook bij onvrede.
  6. Grenzen van anderen en de structuur van het onderwijs te respecteren.
  7. Flexibiliteit te tonen bij onverwachte of minder voorspelbare onderwijssituaties.
  8. Samenwerkingsgericht te handelen, ook in groepsverband of bij meningsverschillen.
  9. Het collectief boven het persoonlijk belang te stellen, waar nodig voor het leerproces of groepsklimaat.
  10. Gedrag te vertonen dat als verbindend en rustgevend wordt ervaren door meerdere betrokkenen.

Onder de paraplu van:

  • Basishouding:
    • Niet-wetend (Oordeelloos: open en nieuwsgierig)
    • Betrouwbaar (Ethisch: discreet en respectvol)
    • Congruent (Oprecht: authentiek en transparant)
    • Competent (Procesbegeleidend: empathisch en analytisch)
  • Zelfreflectie:
    • Niet-wetend (Oordeelloos: open en nieuwsgierig)
    • Betrouwbaar (Ethisch: discreet en respectvol)
    • Congruent (Oprecht: authentiek en transparant)
    • Competent (Procesbegeleidend: empathisch en analytisch)

Te herkennen aan:

  1. Studentenrol innemen
    • Positief gedrag:
      • Uitgangspunt: ik neem deel als een professional in opleiding in plaats van een cliënt.
      • Uitgangspunt: ik ben op dit gebied een professional in opleiding en heb iets te leren.
      • Openstaan voor nieuwe invalshoeken, ook van bekende materie.
  2. Zichtbaar opstellen
    • Positief gedrag:
      • Leergierig.
      • Neemt actief deel aan oefeningen, rollespelen en huiswerkopdrachten.
      • Is tijdens de gehele training actief aanwezig.
  3. Openstaan voor feedback
    • Positief gedrag:
      • Luistert actief en zonder defensiviteit.
      • Vraagt om verduidelijking en past gedrag aan.
      • Laat groei zien na eerdere feedback.
  4. Bewust zijn van eigen gedrag en invloed
    • Positief gedrag:
      • Benoemt eigen aandeel in situaties.
      • Erkent impact van gedrag op anderen.
      • Toont zelfreflectie en zet deze op papier.
  5. Ethisch verantwoord communiceren
    • Positief gedrag:
      • Communiceert open en respectvol op constructieve toon.
      • Gaat vertrouwelijk om met informatie.
      • Vermijdt oordelende taal.
  6. Grenzen en structuur respecteren
    • Positief gedrag:
      • Volgt aanwijzingen en afspraken.
      • Toont respect voor onderwijsstructuur.
      • Houdt zich aan kaders en accepteert autoriteit.
  7. Flexibiliteit tonen
    • Positief gedrag:
      • Past zich soepel aan bij veranderingen.
      • Gaat constructief om met onduidelijkheid.
      • Neemt initiatief en verantwoordelijkheid voor eigen leerproces en zoekt zelfstandig oplossingen voor uitdagingen.
  8. Samenwerkingsgericht handelen
    • Positief gedrag:
      • Draagt bij aan groepsproces.
      • Deelt ruimte en luistert.
      • Zoekt consensus.
  9. Collectief boven persoonlijk belang stellen
    • Positief gedrag:
      • Denkt mee vanuit het groepsbelang.
      • Past zich aan zonder verzet.
      • Laat persoonlijke voorkeuren los.
  10. Verbindend en rustgevend gedrag tonen
    • Positief gedrag:
      • Creëert rust en veiligheid in de groep.
      • Toont zelfbeheersing.
      • De-escaleert waar nodig.